Nederlands in het onderwijs

In het hogerberoepsonderwijs en het universitair onderwijs zijn al vele jaren klachten over de taalbeheersing Nederlands van studenten – zeker ook van studenten voor wie het Nederlands de moedertaal is. De vooropleidingen blijken veel studenten onvoldoende taalvaardig af te leveren.

Dat heeft noodgedwongen geleid tot allerlei reparatiemaatregelen. Veel hbo- en universitaire opleidingen hanteren ‘instaptoetsen’ voor taal / Nederlands, vaak met daaraan gekoppeld ‘bijspijkercursussen’. Dat gaat al gauw ten koste van de tijd voor de beroepsopleiding of studie op zich. Het blijft vaak beperkt tot een inhaalslag en het hoger onderwijs voegt verder meestal weinig toe aan de taalbeheersing.

In het bedrijfsleven en de non-profitsector worden hogeropgeleide werknemers vaak in werktijd naar prijzige taaltrainingen gestuurd. Meer dan 300 euro voor een halve dag training spelling is niet ongebruikelijk. En sinds kort is er ook een bureau dat binnen een dag spectaculaire wonderen belooft voor schrijfvaardigheid. Dat betekent in elk geval, dat hun hogere opleiding onvoldoende heeft kunnen toevoegen aan hun taalbeheersing. (Dat zulke commerciële trainingen veel tekortkomingen snel even kunnen wegwerken, lijkt bijzonder ongeloofwaardig.)

De pabo, als lerarenopleiding voor het basisonderwijs, is daarbij de afgelopen twee decennia extra in de schijnwerpers komen te staan. Daar ligt tenslotte een directe link met de kwaliteit van het basisonderwijs. Het heeft uiteindelijk geleid tot een landelijke taaltoets voor eerstejaarsstudenten pabo. Ik heb vooral op de kwaliteit van die toets kritiek geleverd, onder meer in landelijke dagbladen en in onderwijsvakbladen. Kritiek (onder andere van mij) heeft na het eerste jaar geleid tot aanpassing. Toch bleven er voor mij nog essentiële punten van kritiek over, zowel qua opzet en inhoud als technische uitvoering. Na tien jaar gebruik is de verplichting voor het hanteren van deze toets in 2016 afgeschaft. Een buitenstaander zou nu kunnen denken, dat de problemen waren opgelost: dat de toerusting van nieuwe studenten pabo in de diverse vooropleidingen zodanig was, dat de toets overbodig was geworden. Helaas blijkt niets minder waar!

De verantwoordelijkheid wordt nu bij de afzonderlijke pabo-opleidingen gelegd. Ik vrees dat dat heel verschillend wordt opgepakt. Een deel van de pabo’s zal ‘gemakshalve’ geen selecterende taaltoets meer afnemen. Doorstroming en ‘output’ lijken soms belangrijker dan de kwaliteit. Het tekort aan leraren basisonderwijs verschaft daarbij ook nog eens een welkom excuus. Soms lijkt het dat we terug zijn bij AF: begin van deze eeuw, vóór de invoering van de landelijke taaltoets, op grond van alle klachten … De cirkel van de inflatie van de kwaliteit van het taalonderwijs is dan weer rond!

In het verleden gaf ik voor de pabo ‘zomercursussen’, waarbij aankomende studenten in één week een (zeer) grote hoeveelheid leerstof moesten verwerken. Omdat dat voor een deel van de studenten moeilijk bij te benen was, bood ik via internet (steeds meer) extra ondersteuning aan. Dat bleek voor veel studenten zeer welkom. Dat bracht mij op het idee voor een meer eigentijdse vorm: een volledig pakket e-learning, met een helpdesk. Dat met de nadruk op betaalbaarheid voor studenten. Om dat te realiseren gebruikte ik zoveel mogelijk ‘freeware’. Maar het was natuurlijk vooral heel veel monnikenwerk … Er blijft ook steeds werk: updaten, de werking van onderdelen controleren en verbeteringen of aanvullingen aanbrengen. Studenten bewegen tot tijdige voorbereiding blijft ook de kunst.

Inmiddels heb ik een aangepaste versie gemaakt voor andere opleidingen, zowel hbo als universiteit.

Voor alle duidelijkheid: bijvoorbeeld het veelvuldig maken van fouten in de werkwoordsspelling vormt een zeer miserabel visitekaartje (en dat is onder andere voor studenten pabo onacceptabel). Toch maak ik mij nog meer zorgen over studenten die een korte, eenvoudige boodschap niet kort, helder en eenduidig kunnen formuleren. En bijvoorbeeld (naar mijn ervaring) over studenten die e-mails sturen aan de examencommissie waarbij de bedoeling niet duidelijk is. En ook over studenten die een zodanig ongestructureerde woordenbrij produceren, dat docenten (voor andere vakken) de correctie van verslagen en werkstukken soms opgeven en die werkstukken terecht als ‘afgekeurd’ retourneren …

Het scholingsaanbod is dan ook veel ruimer dan (een groot deel van) de basisvaardigheden die bijvoorbeeld bij de taaltoets pabo worden gevraagd. Bovendien streven wij naar ten minste ‘niveau 4F’ (beoogd uitstroomniveau vwo, minimaal uitstroomniveau hbo en universiteit).

RZ